Leegstand schaadt, wonen baat

Woonzaak vraagt een systematische aanpak van de leegstand in Vlaanderen.

1 op 100 woningen staat leeg in Vlaanderen: dat zijn er meer dan 30.000. En dat terwijl het vinden van een betaalbare woning voor duizenden mensen een helse uitdaging blijkt. Bovendien blijft ook de dak- en thuisloosheid toenemen.

In Vlaanderen zijn er momenteel meer dan 20.000 mensen dak- of thuisloos, waaronder 6.000 minderjarigen. Het is dus onaanvaardbaar dat er toch talloze panden blijven leegstaan. Het gaat dan om heel wat woningen, appartementen, kantoorruimtes of andere panden, die het potentieel hebben om gerenoveerd of omgebouwd te worden tot volwaardige, kwalitatieve woonoplossingen. Ook binnen de sociale huisvesting is er heel wat leegstand, terwijl er  nog nooit zoveel mensen op de wachtlijst stonden voor een sociale woning.

Leegstand heeft vele negatieve effecten.

Lege woningen accentueren de wooncrisis. Panden die leegstaan worden per definitie niet verhuurd aan mensen die op zoek zijn naar een woning: hoe minder beschikbare panden er zijn, hoe moeilijker voor woningzoekers om een woonoplossing te vinden. Maar er zijn nog meer nadelen: als een pand lang leegstaat verhoogt dit de kans op verkrotting en de nood aan een totale renovatie. Wachten tot het zover komt is ecologisch onverantwoord en bovendien duurder. De indruk van verwaarlozing die zo ontstaat creëert ook een gevoel van onveiligheid. Onderzoek toont aan dat wonen in een buurt met veel leegstand een negatieve impact heeft op de sociale cohesie en de solidariteit in de buurt.

Een lokale kwestie?

Gemeenten weten beter dan wie ook waar de leegstand op hun grondgebied te situeren is. Zij kunnen elk een eigen beleid voeren om leegstand te bestrijden. Eind 2016 viel de wettelijke verplichting vanuit Vlaanderen weg om leegstand te registreren. Niet omdat leegstand geen probleem meer was, maar omdat men dacht dat alle lokale besturen er zelf van overtuigd waren dat je leegstand beter snel aanpakt. Een uniform kader van hogerhand zou niet langer noodzakelijk zijn en een dynamisch lokaal bestuur eerder in de weg zou staan. De VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten) werkte daartoe, in samenwerking met Wonen in Vlaanderen en het Agentschap Binnenlands Bestuur van de Vlaamse overheid, een modelreglement voor een leegstandsregister en een leegstandsbelasting uit.

Toch blijkt dat gemeenten heel verschillend registreren. Niet alleen de methodes zijn verschillend, maar er is ook geen uniforme aanpak. Van de woningen die structureel leegstaan zijn er nog heel wat opnieuw (en minstens tijdelijk) verhuurklaar te maken, mits beperkte investeringen om aan de minimale woningkwaliteitsvereisten te voldoen.

Daarom vraagt Woonzaak een systematische aanpak van de leegstand in Vlaanderen. Er is nood aan één uniforme manier om leegstand in kaart te brengen, aan duidelijke verantwoordelijkheden voor lokale besturen en aan concrete instrumenten om leegstaande panden weer tot leven te brengen.

De aanbevelingen van Woonzaak

  • Vlaanderen kiest voor één registratiemethodiek die bestaat uit een uniforme meldingsplicht voor eigenaars van leegstaande panden, gecombineerd met een eigen vaststellingsysteem van de gemeente.
  • Steden en gemeenten voorzien in één duidelijk aanspreekpunt voor verhuurders.
  • Langdurige leegstand wordt beboet: op een pand dat lange tijd leegstaat moet de gemeente een boete heffen.
  • Het sociaal beheersrecht wordt gehanteerd in de meest hardnekkige situaties van leegstand. De gemeente neemt het beheer van de woning over, zorgt voor renovatie en verhuurt nadien sociaal tot de kost van de renovatie terugverdiend is.
  • Lokale besturen kunnen samenwerken met sociale organisaties en projecten om een passend antwoord te geven aan de noden van eigenaars van leegstaande woningen. We denken aan:
    • Sociaal leegstandsbeheer is een belangrijk instrument. Dit betekent dat leegstaande (sociale) woningen ter beschikking staan voor mensen in (dreigende) dak- en thuisloosheid, met de nodige begeleiding en met een betaalbare huurprijs. Belangrijk hierbij is dat een organisatie de rol van (sociale) verhuurder opneemt en de woning verhuurt met een huurcontract. Daarnaast moet er voldoende begeleiding zijn van de huurder, o.a. voor het zoeken van een duurzame woonoplossing (voorbeelden hiervan zijn Wonen met Kansen en Mondiale Werken)
    • Het Pandschap ontzorgt eigenaars die hun panden willen renoveren en sociaal verhuren. De organisatie coördineert de renovatie, stelt de aannemers aan en zorgt voor de oplevering van de woning. Na de renovatie neemt een woonmaatschappij het beheer over, wat de eigenaar een gegarandeerde huuropbrengst oplevert.
    • De Verhuurpromotor ondersteunt eigenaars van leegstaande woningen van A tot Z en begeleidt hen bij de renovatie. In ruil is de woning vaak beschikbaar voor sociale verhuur. Zo kunnen eigenaars rekenen op ontzorging tijdens de renovatie, maar ook tijdens de verhuur achteraf. Zo worden die panden ook op een sociale manier ingezet.